magie

Magie: een onderdeel van het leven door de eeuwen heen..

Tegenwoordig worden de termen magie, wicca en hekserij te pas en onpas en inwisselbaar  gebruikt. Er hangt nog altijd een waas van mysterie en negativiteit omheen. Magie is het gebruik van natuurlijke krachten om veranderingen aan te brengen in het bewustzijn en de fysieke omgeving in overeenstemming met de wil van het individu.

Aan de hand van dit artikel laat ik zien dat magie van alle tijden is en werd gebruikt door mensen uit verschillende sociale lagen van de bevolking. Ook zal duidelijk worden hoe het negatieve stereotype van de wicce of heks geleidelijk is ontstaan. 

De Klassieken

Klassieke schrijvers en wijsgeren hebben talloze boeken geschreven over de occulte wetenschappen: astronomie, astrologie, alchemie en divinatie. Naast wetenschappelijke traktaten zijn er de heldendichten,  zoals de Odyssee van Homerus, waarin magie en tovenarij factoren zijn die een mensenleven doorslaggevend beďnvloeden. Zelfs de doden komen er tot leven.

Bij de Grieken en Romeinen is het vooral de vrouw die naar voren komt als magica in de vorm van de jonge verleidster, of als de oude toverkol. Denk hierbij aan de drie gezichten van de maangodin als maagd, vruchtbare vrouw en oude wijze. 

De Bijbel

Het Oude en Nieuwe Testament staan  vol met wonderen en magiërs. Denk aan Simon Magus en aan de drie magii of wijzen die Jezus kwamen bezoeken na zijn geboorte.

Vroeg-Christelijke schrijvers begonnen steeds meer onderscheid te maken tussen wonderen en magie, beiden waren verstandelijk niet te verklaren,  een wonder was echter het werk van God en Jezus zijn grootste wonderdoener, magie was het werk van demonen, gevallen engelen met als grootste boosdoener de duivel. Magie werd bestempeld als demonisch en de lieden die het bedreven werden duivelaanbid(s)ters. 

Het Bekeringsproces

Aan het einde van de 5e eeuw stortte het West-Romeinse rijk in; de Germaanse stammen beheersten nu de grootste delen van West-Europa. Met het ineenvallen van het Romeins Imperium verdween grotendeels de ‘beschaving’. De machtsstructuur, bestuursstructuur, economie, infrastructuur en het schrift brokkelden letterlijk af en raakten grotendeels in vergetelheid. Er kwam een periode van grote strijd: de Germaanse stamhoofden probeerden hun macht en gebied ten koste van elkaar uit te breiden.

De enige structuur die nog in tact was was die van de  Rooms-Katholieke Kerk. De Kerk wilde op haar beurt haar macht consolideren en vergroten. De sleutel lag in het bekeren van de machtigste Germaanse koningen tot het Christendom, de stammen zouden dan vanzelf volgen. De Kelten, Germanen en Franken hadden allen hun eigen goden en godinnen die voortkwamen uit de verering van de natuur.

De Kerk begon aan een soort dubbelrol: ze verwierp al het bovennatuurlijke wat niet tot stand kwam door het toedoen van de Christelijke God en de mensen die zich met het bovennatuurlijke bezig hielden als demonisch, aan de andere kant incorporeerde de ze bepaalde vormen van magie en heidendom in haar eigen riten om deze mensen aan zich te binden. 

Het Vrouwbeeld

De kerk heeft altijd enorme moeite gehad om het vrouwelijke een evenwichtige en gelijkwaardige plaats in het Christendom te geven. Bijbelse verhalen waarin vrouwen worden gekenschetst als zwak en minderwaardig zijn legio. Eva is ontstaan uit de rib van Adam,  zij heeft zich laten verleiden door de slang en kreeg hiermee de zondeval van de gehele mensheid op haar schouders. Toch zijn er ook vele bijbelse verhalen waarin de vrouw naar voren komt als sterk en gelijkwaardig aan de man. De vroeg-Christelijke Kerk heeft de haat jegens vrouwen aangewakkerd en versterkt door het negatieve beeld van de “ bijbelse” vrouwen te bevestigen (misogynie).

Toch kon de kerk het vrouwelijke niet geheel uitbannen: de helft van de bevolking bestaat er ten slotte uit. De heidense stammen hadden vaak een gods- en godinnen principe, waarbij het mannelijke en vrouwelijke gelijkwaardig waren aan elkaar en in het dagelijks leven was het dan ook niet zo dat vrouwen ondergeschikt waren, integendeel.In de Katholieke kerk kreeg het vrouwelijke principe vorm

in de figuur van Maria en het Katholicisme mag dan monotheďstisch zijn er waren talloze engelen en heiligen die men kon aanbidden.

Oogst, Oorlog en Liefde

Terug naar de magie: in alle sociale lagen van de bevolking kwam het gebruik van magie voor.De wijze vrouw/wicce/heks uit het dorp zal zich voornamelijk met natuurreligie beziggehouden hebben. De natuur was voor de gewone mensen nu eenmaal het belangrijkste ongrijpbare element waar men afhankelijk van was en wat men wilde beďnvloeden.

Ook de monnik, vroedvrouw en dokter maakten gebruik van natuurmagie in de vorm van het gebruik van kruiden en edelstenen. De belangrijkste adviseurs aan het hof van prinsen en koningen maakten gebruik van astrologie, alchemie en andere toverkunsten. Zo werd het tijdstip van een beslissende veldslag meestal bepaald aan de hand van astrologische berekeningen van de maanstanden. Er kon maar beter overal rekening mee gehouden worden.

Naast oogst en oorlog was ook de liefde een gewild onderwerp voor het toepassen van magie: liefdesmagie in de vorm van drankjes, kruidenkussentjes, amuletten en bezweringen tierden dan ook welig, zowel op het dorpsfeest als op het hofbanket.

 oe zeer de Kerk ook probeerde het onderscheid  tussen natuurmagie en religieuze magie te benadrukken, in het dagelijks leven waren de lijnen vloeiend.  Een goed voorbeeld is het gebruik van talismannen en amuletten. Iemand die een reis voor de boeg had in een wereld vol gevaren, denk aan de onverharde karrenpaden, wolven en beren, struikrovers en ziekten die op de loer lagen, kon naar de wicce gaan om een beschermend amulet voor hem te maken wat hem zou helpen om veilig op de plek van bestemming te komen. Hij kon echter ook besluiten naar de plaatselijke pastoor te gaan voor een afbeelding van Sint Christoffel, de patroonsheilige van de reiziger. Waarom zou hij echter het ene kiezen wanneer deze twee systemen ook gecombineerd konden worden?  Hij kon een afbeelding van de patroonheilige laten inkerven met runentekens. Zo was hij aan alle kanten gedekt. Er zijn talloze voorbeelden gevonden van deze “ combinatie magie” en de meeste mensen veroordeelden het gebruik van magie dan ook niet: het Christendom met haar ene God en de magie met haar wortels in de natuurreligie of wicca bestonden eenvoudigweg naast elkaar. 

Wat zou de toekomst brengen…

Naast manieren om de natuur en mensen te beďnvloeden was er het divineren. Er kon op allerlei manieren een kijkje in de toekomst genomen worden: via het lezen van de lijnen in de hand, het trekken van voorspellende kaarten (tarot), het observeren van de maanstanden (volksastrologie) en het uitleggen van dromen door het raadplegen van droomboeken. 

De Enge Heks

De Christelijke en Arabische wereld raakten elkaar in Zuid-Spanje en Zuid-Italië. In deze grensgebieden kwam er geleidelijk een steeds grotere openheid met als gevolg dat er in de 12e eeuw een enorme informatiestroom op gang kwam van Griekse en Romeinse wetensschappen en literatuur. De Arabische wereld fungeerde zo als doorgeefluik voor het Christelijke West-Europa. Door het vertalen van Arabische teksten in het Latijn kwam men in aanraking met lang verloren gegane kennis van de Grieken en Romeinen en proefde men indirect van de Arabische en Joodse wetenschap en literatuur. Via kathedraalscholen en universiteiten werd de elite geschoold in astrologie, alchemie en astrale magie. Let wel: de kennis die niet in het Christelijke wereldbeeld paste werd verworpen, maar toch gedoceerd.

Er kwam een grote bloei in gebruik van edelstenen, het maken van mechanische robotten (!) en de romans raakten doorspekt met magische elementen, denk aan de koning Arthur legende.

Er kwam informatie over allerlei soorten magie: naast natuurmagie waren er verscheidene teksten over necromantie: waarzeggen door middel van het oproepen van de doden. Dit was andere koek. Er waren mensen uit de elite die deze vorm van waarzeggerij in de praktijk brachten, sterker nog er zijn traktaten gevonden waaruit duidelijk blijkt dat het juist geestelijken waren - priesters, monniken en kleinere ordes- die necromantie gebruikten. Net als het gebruik van magie niet toe te spitsen is tot een georganiseerde specifieke groep mensen, waren deze geestelijken ook niet in een georganiseerde groep te plaatsen. Er is dus geen sprake van een duister verbond van geestelijken die kwade dingen deden, wel is het zeer opmerkelijk dat er  lieden waren  in dienst van de Kerk die praktijken uitoefenden die door diezelfde Kerk ten strengste verboden waren.

Een belangrijke tegenreactie was dat geleerden en geestelijken die deze magische praktijken verafschuwden alle soorten magie steeds meer op een hoop gooiden: alle magie was demonisch en de wicces, magiërs en heksen die magie bedreven konden dit alleen in samenwerking met kwade machten. Beoefenaars van magie werden steeds meer als ketters en duivelsaanbidders beschouwd. Het verdrietige dieptepunt van deze ontwikkeling werd vastgelegd in de Malleus Maleficarum: er kwam een algeheel verbod op magie en de magica of wicce werd een persona non grata. Vervolgingen in heel Europa zaaiden dood en verderf. 

Met dit artikel heb ik willen laten zien dat magie van alle tijden is en tot op de dag van vandaag door allerlei soorten mensen wordt gebruikt. Het is fascinerend om te zien hoe het beeld van de wicce of heks door de eeuwen heen is ontstaan. Het is echter jammer dat stereotypen zo lang blijven smeulen en dat de heksen van vandaag nog altijd tegen dit negatieve beeld moeten vechten.

Blessed Be, Arwin 

Omhoog Volgende